Krips reisdagboek dag 15 t/m 19
Dag 15: Het regent. Maar dat is helemaal niet erg want wij verlaten dit paradijselijke eiland om weer verder te gaan. Ik zit tussen Sal en de 'Ik ben al zo vaak in Indonesië geweest, dus het is allemaal niet meer zo bijzonder'-Duitser in. Hij haalt het bloed onder mijn nagels vandaan. Natuurlijk lach ik vriendelijk en luister ik ó zo aandachtig naar al zijn levenservaring en geef ik hem bemoedigende knikjes wanneer hij vertelt hoeveel Indonesische woorden hij al kent. Beide heren vallen met hun hoofd op mijn schouders in slaap. Wat ben ik toch een moederfiguur. Gelukkig zit ik pal voor het scherm waar een actiefilm met Indonesische ondertiteling wordt afgespeeld. Kan ik mooi mijn eigen Indonesische vocabulaire uitbreiden met enkele moordkreten die ik graag op de situatie zou loslaten. De boot komt aan in de haven en de Duitse wereldburger beklaagd zich over het feit dat alle mensen in de rij gaan staan om naar buiten te dringen. Wat een zen-prinses is het toch, deze man. Ik zeg dat hij helemaal gelijk heeft en weet niet hoe snel ik me tussen de schaapachtige massa moet proppen om ook zo snel mogelijk een weg naar buiten te vinden. In de haven eten we snel wat en leren we dat het woord Tempéh erg lijkt op het Indonesische woord voor vagina. Ik wens hardop dat de Duitser al vaak een vagina heeft besteld.
Dag 16: We zijn terug in Jogja. Vandaag is het Sal-dag! Dat betekent voornamelijk: koffie en skatestores. Ik ben geen fan van koffie. Noch van koffiebarretjes en het hele cultuurtje er omheen. Ik kan me gewoon geen houding geven op die plekken. Klant en personeel gedraagt zich zó ongedwongen en relaxed, dat ik me bijna afvraag of ik mijn drankje zelf moet maken. Tegelijk is het ook weer niet zó doe-alsof-je-thuis-bent, want je moet wel stil zijn voor de flexwerkers. Enfin. Het is Sal-dag, dus het gaat nu even niet over mij. Sal, een heuse cafeïne-connaisseur, is aan het eind van zijn oploskoffie-latijn en dus gaan we naar een leuk koffiebarretje dat erg veel weg heeft van een tandartspraktijk. (Zou overigens niet eens verkeerd zijn, als ze direct de gele koffieaanslag van je tanden kunnen verwijderen. Nu dát zijn nog eens ideeën voor conceptstores, lieve creatieve ondernemers!). De koffie is kennelijk fantastisch en Sal's glimlach maakt een hoop goed. We gaan verder naar een straat in het noorden van Jogja dat voornamelijk bestaat uit skatestores en sportwinkels. Sal wordt gescout als model. 's avonds eten we bij een Mexicaans-restaurant samen met twee nederlanders die ook in ons hostel slapen.
Dag 17: We staan vroeg op om opnieuw naar het waterpaleis te gaan. Wat blijkt: vorige keer dubbel betaald voor een rondleiding langs de buitenmuren. Je kunt daadwerkelijk naar binnen. We bewonderen de gemiste delen van het paleis en vervolgen de reis naar een dierenmarkt. Dit staat zo ver af van onze westerse standaarden dat we er beide verdrietig en misselijk van worden. Ik vraag aan Sal of we alle puppy's niet kunnen meenemen. Die vraagt op zijn beurt erg terecht hoe ik dat voor me zie. We vertrekken zonder puppy's.
Dag 18 en 19: We pakken vroeg de trein naar Benjuwangi. In de veertien uur die volgen heb ik het gevoel de Indonesische cultuur van nog dichterbij mee te maken dan ooit te voren. Ik raak het letterlijk met mijn knieën aan. Ook het temperatuurtje is lekker tropisch, zo zonder airco.
We komen aan en slapen maar liefst drie uur om vervolgens om één uur 's nachts te worden opgehaald om vulkaan Ijen te beklimmen. Ik geef drie keer op, scheld Sal uit dat hij niet zo positief moet doen, weiger verder te lopen, vervloek mijn conditie, scheld Sal uit dat hij niet positief genoeg doet, en kom uiteindelijk (vraag me niet hoe) aan op de top. Daar vriest mijn neus bijna van mijn chagrijnige gezicht, dus maak ik een tent van mijn gehuurde jas. Hier zit ik de komende anderhalf uur in mezelf te jammeren en te klagen tot Sal me komt melden dat de zon op komt. Ik kruip gauw uit mijn hol en geniet van het (ja oké, toch wel heel mooie) uitzicht. We lopen naar beneden en zien ons eerste wilde aapje.
Later die middag zitten we op de veerpond naar Bali. Waar we op de weg naar Ubud nog vele aapjes zullen zien.
Dag 16: We zijn terug in Jogja. Vandaag is het Sal-dag! Dat betekent voornamelijk: koffie en skatestores. Ik ben geen fan van koffie. Noch van koffiebarretjes en het hele cultuurtje er omheen. Ik kan me gewoon geen houding geven op die plekken. Klant en personeel gedraagt zich zó ongedwongen en relaxed, dat ik me bijna afvraag of ik mijn drankje zelf moet maken. Tegelijk is het ook weer niet zó doe-alsof-je-thuis-bent, want je moet wel stil zijn voor de flexwerkers. Enfin. Het is Sal-dag, dus het gaat nu even niet over mij. Sal, een heuse cafeïne-connaisseur, is aan het eind van zijn oploskoffie-latijn en dus gaan we naar een leuk koffiebarretje dat erg veel weg heeft van een tandartspraktijk. (Zou overigens niet eens verkeerd zijn, als ze direct de gele koffieaanslag van je tanden kunnen verwijderen. Nu dát zijn nog eens ideeën voor conceptstores, lieve creatieve ondernemers!). De koffie is kennelijk fantastisch en Sal's glimlach maakt een hoop goed. We gaan verder naar een straat in het noorden van Jogja dat voornamelijk bestaat uit skatestores en sportwinkels. Sal wordt gescout als model. 's avonds eten we bij een Mexicaans-restaurant samen met twee nederlanders die ook in ons hostel slapen.
Dag 17: We staan vroeg op om opnieuw naar het waterpaleis te gaan. Wat blijkt: vorige keer dubbel betaald voor een rondleiding langs de buitenmuren. Je kunt daadwerkelijk naar binnen. We bewonderen de gemiste delen van het paleis en vervolgen de reis naar een dierenmarkt. Dit staat zo ver af van onze westerse standaarden dat we er beide verdrietig en misselijk van worden. Ik vraag aan Sal of we alle puppy's niet kunnen meenemen. Die vraagt op zijn beurt erg terecht hoe ik dat voor me zie. We vertrekken zonder puppy's.
Dag 18 en 19: We pakken vroeg de trein naar Benjuwangi. In de veertien uur die volgen heb ik het gevoel de Indonesische cultuur van nog dichterbij mee te maken dan ooit te voren. Ik raak het letterlijk met mijn knieën aan. Ook het temperatuurtje is lekker tropisch, zo zonder airco.
We komen aan en slapen maar liefst drie uur om vervolgens om één uur 's nachts te worden opgehaald om vulkaan Ijen te beklimmen. Ik geef drie keer op, scheld Sal uit dat hij niet zo positief moet doen, weiger verder te lopen, vervloek mijn conditie, scheld Sal uit dat hij niet positief genoeg doet, en kom uiteindelijk (vraag me niet hoe) aan op de top. Daar vriest mijn neus bijna van mijn chagrijnige gezicht, dus maak ik een tent van mijn gehuurde jas. Hier zit ik de komende anderhalf uur in mezelf te jammeren en te klagen tot Sal me komt melden dat de zon op komt. Ik kruip gauw uit mijn hol en geniet van het (ja oké, toch wel heel mooie) uitzicht. We lopen naar beneden en zien ons eerste wilde aapje.
Later die middag zitten we op de veerpond naar Bali. Waar we op de weg naar Ubud nog vele aapjes zullen zien.
Geweldig kris
BeantwoordenVerwijderen