Krips reisdagboek dag 6 t/m 14

Dag 6: Anderhalf uur op de scooter door het pikkedonker om de Borobudur bij zonsopkomst te kunnen zien. Bij aankomst is de zon inmiddels al op en die hele boeddhistische tempel kunnen we door de mist niet zien. Maar het uitzicht is adembenemend. Heel eventjes hoeven we Indonesië alleen maar te delen met twee opdringerige kippen. We geven hen een moment voor zichzelf voordat ze in de soep belanden en gaan naar de tempel. Daar praten we een uur in de brandende zon met, ditmaal, twee opdringerige studenten. Ik bezorg ze een hartaanval door de Boeddha in de tempel aan te raken. Ik heb mijn eeuwige geluk te pakken. Na een twee kilomater lange 'exit through the giftshop' aangekomen bij de scooter. We ontbijten te midden van een rijstveld en genieten van dit selfiestick-loze-moment.

Dag 7: We gaan naar de volgende tempel van onze peperdure combi-ticket. Er zijn geen schoolklassen en dus kunnen we op ons gemak de tempel bekijken. Deze is prachtig. Op het terrein is een klein marktje waar je gouden miniaturen van de tempel kunt kopen en zwempakken waardoor je op een zeemeermin lijkt. Ik koop een fluit voor Nora's muziekschooltje in Frankrijk. (Later zal blijken dat het een fopfluit is. Niet meer dan een bamboescheut met gaten). Ik weet dat als ze dit leest, ze had gehoopt dat ik zo'n zwempak had meegenomen. We rijden met een mooie omweg terug naar het hostel. Ik bedenk me dat menig ANWB-koppel hier zijn hart kan ophalen. In iedere batikshop heb je prachtige matchende outfits voor man en vrouw. Hoe zou Sal daar tegenover staan?Leuk voor gezamenlijke kringverjaardagen of op van die ellendige thema-feestjes. Terug bij het hostel nodigt een medewerker ons en de andere hostel-gasten uit om mee te gaan naar een traditioneel Indonesisch restaurant. Wat een overdaad. Mijn lippen zullen nog lang tintelen van de sambal.

Dag 8: Na een dodemansrit met een chauffeur die de vermoedelijke ruzie met zijn vrouw maar eens moet bijleggen, komen we aan in de haven van Jepara. Een treurige plek die vermoedelijk is ontstaan om als decor te dienen voor een horrorfilm of een campagnefilmpje van het CDA. We lopen door een verlaten kinderpark met in de punt een enorme zeeschildpad die alle zicht op zee blokkeert. We eten wat en gaan de zeeschildpad binnen. Hier treffen we een treurig waterballet met vissen die liever waren opgegeten dan hier hun einde te vinden. Vraag me niet hoe ik dat weet. Tot ons grote verdriet gaat er geen boot op zondag. Dat betekent dat we een dag vastzitten in het park. 's avonds eten we samen met een ouder Australisch dametje dat al 12 jaar in Indonesië woont. Mijn Indonesische vocabulaire wordt uitgebreid met 'goede avond'.

Dag 9: Het park blijkt niet verlaten. We worden wakker door sirenes, kermisgeluiden en, jawel, de zingende kinderen uit het paleis van de koning die niet met middag pauze zijn gegaan maar al hun vriendjes hebben verzameld om mij te wreken. Wát staat die muziek luid. We brengen de dag door op het dakterras van het hostel en Sal belandt bijna in een zenuwinzinking door het lawaai. Ik bedenk me dat ik al best behendig wordt in het staand plassen en doorspoelen met emmers en vraag me af wanneer mijn boeddha-gelukstermijn eigenlijk begint.

Dag 10, 11, 12, 13 en 14:
We pakken de boot naar het eiland 'Karimunjawa'. De zon breekt door en maakt het een aangenaam boottochtje. Ook bezorgt het ons direct een eervolle bijnaam bij aankomst op het eiland: 'Belanda Goreng', wat zoveel betekent als 'gefrituurde Nederlanders'.

Zo rood als een garnaal verkennen we het eiland. De hostelhosts zijn opnieuw ontzettend lief en nemen ons mee naar een geweldige lunchplek met heerlijk traditioneel eten. We gaan naar het strand en 's avonds eten we op de nachtmarkt: Een groot grasveld waar 's avonds zeilen worden neergelegd en waar tientallen karretjes omheen staan met de heerlijkste gerechtjes. Iedereen eet gezellig op de grond.

De komende dagen zijn rustig. We genieten van zon, strand, de prachtige natuur, de onderwaterwereld tijdens het snorkelen en vooral het ritme op het eiland. De mensen zijn lief, alles lijkt makkelijk te gaan en het eiland is niet overspoeld door toeristen. Overal lopen kippen en geitjes en af en toe staat er een koe langs de weg te grazen. Sal is de steekpartijen alleen al snel beu en komt thuis met drie flessen anti-muggencrème. Ik verbaas me over de hoeveelheid noodles in de supermarkt, verbrand mijn been aan een uitlaat en vind het heerlijk te doen alsof ik een rijbewijs heb. De boeddha doet zijn werk. Het leven is goed.

Reacties

Populaire posts