krips reisdagboek dag 1 t/m 5
Dag 1: Na mezelf zestien uur lang in verschillende origami figuren te hebben gevouwen vlieg ik als een ware kraanvogel het vliegtuig uit. We nemen een bluebird taxi naar onze eerste verblijfplaats. -In mijn staat van zijn had ik toch enige vorm van verbroedering verwacht, maar chauffeur bleek een lul, dus dubbel betaald.- Aldaar ook ons eerste bordje nasi gegeten met idyllisch uitzicht op een kolencentrale. 's avonds achterop een brommer door de smog naar het nationaal monument van Jakarta gereden. Da's een gouden vlam op een hele lange paal. Erg #lit allemaal.
Dag 2: Niemand spreekt engels. Wij geen Indonesisch, maar ik kan wel dankjewel (Trimakasih) zeggen. Dat gebruik ik dan ook maar te pas en te onpas om de afstand maar een beetje te overbruggen en ongemakkelijke stiltes op te vullen. We voelen ons filmster. Iedereen wil met ons op de foto. Na iedere kiek bedank ik de mensen maar omdat dat nog steeds het enige is dat ik kan zeggen. Jakarta is het niet voor ons en dus willen we snel naar een andere stad. De treinreis schijnt prachtig te zijn! Helaas is de vroege trein al vol dus vervolgen we onze reis in het donker. Niet getreurd! Erg genoten van de weerspiegeling van mijn eigen bezweten hoofd in het raam. Aangekomen in Bandung zegt de eigenaar van het hostel ons dat we naar de kroeg moeten komen. Dat klinkt als een topplan en voordat we het weten zitten we met locals geitensaté te eten bij een tentje aan de weg (niet tegen Sal zeggen. Ik heb gezegd dat de geitensaté op was en dat er alleen nog kip was. Het was eigenlijk andersom.)
Dag 3: Eindelijk uitgeslapen. We kleden ons snel aan omdat we vandaag een waterval willen bekijken. We worden verrast door een eetkraampje voor de deur die heerlijke vis-dumplings voor ons heeft. Terwijl we genieten van het feestmaal op de veranda van ons guesthouse, zien we ons dagje waterval in het water vallen. Wát een regen. We bestellen bier en kletsen wat met de nederlanders die we hebben ontmoet. Af en toe drijft een rat voorbij. 's avonds gaan we met hen eten bij een restaurantje met prachtig uitzicht over de stad. We voelen nu toch wel dat we heel ver weg zijn. De rat die voor onze ogen wordt overreden doet nog een schepje bovenop die vervreemding.
Dag 4: Vroeg opgestaan voor de trein richting Jogjakarta. Omdat de mensen hier die naam waarschijnlijk net zo verwarrend vonden als ik, wordt het afgekort tot Jogja. De treinreis is fantastisch. Acht uur lang zo mak als een lammetje genoten van rijstplateau's, Indonesische dorpjes, bergen en prachtige vergezichten. Ik voel me (ch) (k)ris Zegers. Sal vindt acht uur maar lang en vindt het niet zo gek dat de mensen hier zoveel rijst eten met zoveel rijstplantages. We komen aan in Jogja. Ons hostel is erg fijn en we vinden eindelijk de rust die we zoeken. (Nu voel ik me die ene van 'MAX Droomhuis gezocht'.) We belanden in een sing-a-long van onze gitaarspelende hostelhosts dat zwaar doet denken aan een Japanse karaoke-medley. Ze kennen het Guus Meeuwis lied. We wanen ons even helemaal thuis.
Dag 5: Het hostel blijft ons verrassen. We krijgen pannenkoek met vers fruit als ontbijt. We pakken de scooter en wagen ons voor het eerst zelf in de drukke en chaotische straten van Jogja. Sal kent geen angst en mengt zich ogenschijnlijk moeiteloos tussen de toeterende massa. We bezoeken het paleis van de sultan. De zingende kinderen die uit krakende versterkers knallen op ieder willekeurig openbaar terrein, mogen van mij met permanente middagpauze. We worden ontvoerd door de Batik-maffia en worden gevraagd €100 euro te betalen voor een doek. We liegen dat we geen geld bij ons hebben en ik Trimakasih' ons een weg naar buiten. We vinden onze weg naar Fort Vredeburg, een museum waar een groot gevoel van ongemak mij overvalt door dit hoofdstuk in de Nederlandse geschiedenis. Vervolgens gaan we naar het waterpaleis van de sultan en, je raad het niet, het begint hard te regenen. Omdat we ons niet nogmaals waterpret laten ontnemen wachten we geduldig tot het opheldert. We krijgen een rondleiding door de prachtige ruïnes en worden door onze gids bij iedere brok steen op de foto gezet. De zwembaden zijn prachtig en we beleven een geluksmomentje als we over het water en de stad kijken. Dan moeten we snel door naar de batik-shop van de gids die, godsamme toevallig, naast het paleis ligt. Voor 6 euro twee foeilelijke ansichtkaarten gekocht. Mijn Indonesisch mocht dit keer niet baten. 's avonds zijn we nogmaals door jokja gereden. We wilden graag door twee bomen lopen, die je eeuwig geluk op zouden leveren volgens Dennis Storm. Helaas had Dennis meer geluk. Door de storm stonden de bomen in een grote waterplas. Morgen dus maar even tussen twee jongens in gaan zitten. #blessed
Reacties
Een reactie posten